Soms, heel even

 

Zoals elk jaar moest ik er ook het laatste weekend van augustus weer aan geloven. Introductiekamp. Niet mijn meest favoriete buitenschoolse activiteit. Met collegae en zestig meiden slapen in één ruimte, zes douches delen, houten banken aan lange schraagtafels, ik ben die leeftijd te boven.

Ondanks mijn afkeer ben ik meestal wel op tijd. Zo niet dit jaar. Tijdens mijn rit van het midden des lands naar een heel klein dorpje in een uithoek van West-Brabant werd ik er weer eens aan herinnerd hoe waterrijk Nederland is. Van Brienenoordbrug zorgde voor ruim twintig minuten oponthoud, de Haringvlietbrug deed daar nog eens een dik kwartier bovenop. Toen ik arriveerde was het programma dan ook al in volle gang.

“Of u foto’s wil maken,” gaf de eigenaar van het outdoorcentrum de boodschap door.

“Uw collega’s zijn allemaal al ingezet bij de activiteiten en hebben daar geen tijd voor.”

In stilte bedankte ik alle schippers die rond het middaguur de bruggen in werking hadden gesteld. Lekker baantje, niks klimmen, timmeren aan een vlot, moeilijk doen met een GPS, gewoon ronddolen en foto’s maken.

Het heuvelachtige terrein is behoorlijk uitgestrekt maar het gejoel vertelde me dat de dames met abseilen begonnen waren. Op mijn gemak slenterde ik naar de torens waar, zoals elk jaar weer blijkt, het meest ijzingwekkende gebeurd. Abseilen en tokkelen.

Alle meiden, zelfs de moslima, waren voorzien van een witte helm en droegen de nodige zwarte veiligheidsgordels. Allemaal op één na. In kleding die nou niet direct geschikt is voor een sportief weekend zat ze op een grasheuveltje en staarde in de verte. Lange jurk, daar iets over heen, dikke kousen en platte schoenen. Ze deed me denken aan de Amish-vrouwen die ik op een van mijn reizen door Noord-Amerika zag. Ook haar gezichtsuitdrukking. Geen dus. Alsof ze op een andere planeet vertoefde.

Ik ging naar haar toe, wilde me voorstellen. Ze zag me niet of deed alsof. Karina, las ik op haar naambordje. Dat verraadde weinig over haar afkomst, maar dat ze niet geboren was uit Nederlandse ouders was duidelijk. Ik ging ook zitten, een meter bij haar vandaan. Zodra ik mijn fototoestel voor de dag haalde, stond ze op en ging een eindje verder zitten. Ik, die er geen moment aan had gedacht haar te fotograferen, werd op een idee gebracht. Ze was mooi, ze was gracieus, ze was supervrouwelijk. Duizendmaal leuker om te fotograferen dan de behelmde meisjes op de toren. Alleen, ze had het niet op de camera.

Zoals een goed docent betaamt probeerde ik elke leerling op de foto te krijgen. Bij het abseilen, bij het tokkelen, maar ook bij het handboogschieten en het piramide bouwen. Nu en dan, als ze het niet in de gaten had, schoot ik ook een plaatje van Karina.

Ik had geen idee waarom dat meisje me zo intrigeerde. Mijn hart was niet sneller gaan slaan, ik kreeg geen wilde fantasieën over waanzinnige nachten, maar ik kon mijn ogen niet van haar af houden.

Tegen negenen, net voor de gezamenlijke barbecue, sprak ze me aan.

“Mevrouw weet u waar alle rugzakken zijn gebleven die bij aankomst in de slaapzaal lagen?” vroeg ze me.

Ik moest het antwoord schuldig blijven, had geen idee waar ze het over had, geen rugzak gezien, alle meiden hadden koffertjes en een beautycase bij zich gehad.

Ik nam haar mee naar Dionne, de collega die alles had georganiseerd. Al snel bleek dat Karina haar rugzak bij die van een andere school had gelegd. Een schoolklas die op het punt van vertrek stond toen onze leerlingen arriveerden en die inmiddels met de bus huiswaarts was gekeerd. De waarschuwing je bagage nog even bij je te houden had ze niet gehoord.

Karina barstte in snikken uit. In haar rugzak zat haar telefoon, haar treinkaart, haar fietssleutel, kortom alles wat ze nodig had om thuis te komen.

“Je kunt vast wel iets van iemand lenen, ik heb wel een groot t-shirt voor je,” probeerde ik haar te troosten. “Dan zien we morgen wel verder.” Ze begon nog harder te huilen.

Dionne nam me apart.

“Ze blijft als enige niet slapen Anne. Haar vader was niet te vermurwen. Ook niet toen ik hem met de hand op het hart beloofde dat de mannelijke docenten apart in een tent sliepen. Volgens hem wist ik weinig van de wereld. Was ik niet op de hoogte van wat zich tussen vrouwen afspeelt als er geen man in de buurt is.”

Ze keek me lachend aan terwijl ze dat zei.

“Ik heb maar niet verteld dat jij bleef slapen.”

Haar laatste uitspraak bracht haar wel op een idee.

“We hebben genoeg leiding Als jij nou eens naar huis gaat en Karina afzet. Ze woont jouw richting op. Is misschien wel beter zo, we hebben nogal veel moslima dit jaar. Voorkomen we in elk geval dat we nog meer boze vaders aan de telefoon of voor ons bureau krijgen.”

Ik weigerde, in alle toonaarden. Op de eerste plaats omdat ik het idee langer dan een uur met dit meisje in één auto te zitten te aantrekkelijk vond. Maar meer nog omdat ik me niet weg laat sturen vanwege mijn geaardheid. Om te voorkomen dat boze moslimvaders komen klagen en in mij een gevaar zien voor hun onschuldige dochters. Ik, die verdomme helemaal niets heb met jonge meisjes, alleen op vrouwen val die een leven geleefd hebben.

Dionne drong nog wat aan maar toen ik voet bij stuk hield werd op kosten van de school een taxi voor Karina gebeld. De volgende dag kwam ze, hoewel het de afspraak was, niet terug. Ik zou haar pas op de eerste lesdag terugzien.

Al snel bleek dat Karina gekozen had voor de enige richting waaraan ik geen les geef. Ik wist niet of ik daar blij mee moest zijn of niet. Ik had graag de mogelijkheid gehad te onderzoeken wat ze me nu eigenlijk deed. De weinige keren dat ik haar, altijd gekleed in lange ruisende jurken of rokken, in de gang tegen kom worden mijn ogen nog steeds naar haar toegetrokken. Ik zal wel nooit weten waarom. Een kort knikje is het enige contact dat we tot nog toe gewisseld hebben.