Over Adriënne
Adriënne Nijssen werd in een klein dorpje in Brabant geboren waar ze tot haar achttien jaar woonde. Toen vertrok ze naar een iets groter dorp om nooit gekregen studiekansen te gaan inhalen via avondonderwijs. In ijltempo werden MAVO, MEAO, HAVO afgewerkt waarna voor een docentenopleiding werd gekozen. Zij is werkzaam als docente in het MBO en als journalist bij een weekblad van Wegener B.V. Zij is, met een kleine onderbreking, al jarenlang landelijk bestuurslid van Groep 7152, een organisatie voor lesbische en biseksuele vrouwen. Daarnaast is ze voorzitter van Groep 7152 regio Utrecht. Ze doet projecten bij COC Midden-Nederland en werkt voor de Stichting Keiroze in Amersfoort. Adriënne heeft al meerdere publicaties op haar naam staan in onder andere Amarant en LaVita, waarvan sommigen onder het pseudoniem Anne Keen uitgebracht zijn.
"Het was een lange weg voor iemand geboren als derde telg in een arbeidersgezin waar lezen als nietsdoen werd beschouwd en schrijven als een noodzakelijk kwaad. Niets doen was niet het dolce farniente zoals ik het later leerde kennen, nietsdoen was des duivels oor kussen.
Toen ik acht was leerde ik bij een vriendinnetje de Donald Duck kennen. Verbaasd bladerde ik van pagina naar pagina, een diepe vreugde over zoveel moois maakte zich van mij meester. De strips waren niet echt aan me besteed maar de verhaaltjes zoog ik op als een spons. Een van de verhaaltjes was ingestuurd door Lea , 9 jaar. Een kind dat schreef in Donald Duck, dat wilde ik ook. Ik kwam die dag te laat thuis en heb nooit meer bij het vriendinnetje van toen mogen spelen. Maar zonder dat ze het ooit zal weten is Lea lange tijd in mijn leven belangrijk voor me geweest. Ze zat in mijn hoofd, ging met me mee naar huis. Ik gaf haar een gezicht, ik gaf haar handen, voeten, een lijf en kleding. We vertelden elkaar verhalen, leverden kritiek, lachten samen, huilden samen. Jaren later ging ik op kamers, Lea verhuisde mee. Eindelijk ging ik lezen, veel lezen. En zij las met me mee. Besprekingen, kritiek, emoties, er was zelden iets waarvoor ik niet bij Lea terecht kon. De jaren met Lea hebben me leren observeren. En wat ik zag boeide me. Wat ik zag was mensen die uniek waren en toch zo universeel. Mensen die plezier hadden, verdriet hadden, relaties hadden, weer alleen waren en die daar allemaal op hun eigen wijze mee omgingen.
Toen ik kinderen kreeg verdween Lea naar de achtergrond. Nu kon ik echt legaal lezen, voorlezen, verhaaltjes vertellen. Duizenden verhaaltjes die ik helaas nooit heb opgeschreven. Te druk. Maar de drang om te schrijven bleef. Groot geworden gingen de kinderen hun eigen weg en zo kwam een jaar of vier geleden mijn eerste vakantie zonder hen.
In die vakantie schreef ik voor het eerst in het bijzijn van iemand anders. Tot dan toe hield ik alles voor mezelf. De dame in kwestie rustte niet voor ze gelezen had wat ik schreef. Mijn toenmalige reisgezel nam de rol van Lea over, las het verhaal, stimuleerde me om het in te sturen. Ik vond het nog niet goed genoeg, het had te weinig structuur. Eind jaren negentig volgde ik daarom de schrijversvakschool. En daarna ging ik 'echt' schrijven. Schrijven over wat ik zag om me heen. Zo gewoon en toch zo bijzonder.En zo werd in november 2000 mijn eerste verhaal “IJskoud” gepubliceerd in Amarant. Meer verhalen volgden. Via een workshop leerde ik LaVita kennen. Een tweede blad om in te publiceren. Toen het blad LaVita verdween en de uitgeverij LaVita Publishing werd opgericht, ontstond het plan om al eerder gepubliceerde verhalen en een flink aantal nieuwe verhalen te bundelen en in boekvorm uit te brengen. Dit keer onder mijn eigen naam.
Nog altijd heb ik een grote leeshonger die voor mij noodzakelijk is voor het schrijverschap. Ik word geïnspireerd door mensen om me heen, in het bijzonder vrouwen. Wat me steeds blijft boeien is de contradictie tussen enerzijds het unieke in de mens en anderzijds het universele in de mens. Mijn verhalen bevatten soms bijna onontkoombare autobiografische elementen maar meestentijds zijn de ingrediënten horen, zien en combineren."