Ode aan tante Heleen
Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan
Gisteren werd in kleine kring afscheid genomen van tante Heleen. Ze is 92 jaar geworden. Zes jaar mocht ik haar slechts tante noemen, toch hoorde ik bij die kleine kring. Dat zegt iets over tante, over haar familie en over onze band. Dat zegt ook dat ik haar pas leerde kennen toen ze 86 was.
Tante Heleen was geen bloedverwant, niet mijn echte tante dus. Ik heb nooit een cadeau van haar gekregen, althans niet een dat ik uit kon pakken. Zijzelf was het grootste cadeau dat ik bij mijn huwelijk, gratis, belangeloos en voor niets, kreeg. De familieband uitleggen zou een roman in beslag nemen, wie weet ooit, niet nu. Heel kort samengevat: Tante maakte haar eigen familie, haar eigen banden. Soepele banden, bekneld raken was uitgesloten.
Tante gaf me wijze levenslessen, meestal slechts bestaande uit één zin. Maar wel een die je stof tot nadenken gaf, die soms je doen en laten beïnvloedde. Tante noemde me 'kindje', iets wat ik na mijn veertiende nooit meer hoorde. Ook niet wilde horen.
Zij mocht dat, tenslotte was ze al een gevierd actrice toen ik nog geboren moest worden. In 1952 werd ze 'Actrice van het jaar' dankzij haar vertolking van de titelrol in Ondine naar Jean Giraudoux bij de Haagse Comedie, de voorloper van het Nationale Toneel. Al in 1938 werkte ze mee aan een film. Ze speelde mee in Vadertje Langbeen van Friedrich Zelnik, als Doris van Woudenberg.
Het meest verrukt was ik van het feit dat ze iets had met Couperus. Couperus, wiens roman Eline Vere nog altijd in mijn persoonlijke toptien staat. Groot was de verrassing toen ze me vertelde dat ze, ook bij de Haagse Comedie, ooit de titelrol speelde in een bewerking van deze roman.
Ik kreeg veel meer te horen. Bijvoorbeeld dat ze ook werk voor televisie had gedaan. Zo was ze in 1969 te zien als Adolfine in De Kleine Zielen, naar de boeken van, opnieuw, Louis Couperus. In 1975 was ze wederom te zien in een tv-succes naar Couperus: Van Oude Mensen, de Dingen die Voorbij Gaan.
In 1969 waren mijn financiën nog niet van dien aard dat ik me een tv kon permitteren, in de jaren zeventig wel. Ik ben nooit een liefhebber geworden maar soms was (en is) er een serie die me raakt. Zo'n serie was Van Oude Mensen, de Dingen die Voorbij Gaan. Geen serie die je bekeek om de spannende verhaallijn. Het 'geheim' was zo'n beetje al in de eerste scène duidelijk. Vooral mooi vanwege het taalgebruik, de manier van spreken en het beeld dat geschetst wordt van het leven van die twee oude mensen en de familie Dercksz. Ook toen al enigszins gedateerd maar op die manier juist ook een mooi beeld gevend van een ander tijdperk. Ademloos keek ik, mijn hart ging uit naar Thérèse Dercksz, die in het klooster haar uiterste best deed alle kwaad de familie uit te bidden. Als iemand toen tegen me gezegd zou hebben dat ik keek naar de vrouw die 'mijn tante Heleen' zou worden, dan had ik hem of haar hartelijk uitgelachen.
In 1978 nam tante Heleen afscheid van het theater en speelde ze haar laatste rol in een toneelstuk onder regie van Eric Schneider. Ze wilde meer tijd voor man en kinderen.
Omdat ik haar pas in 2002 ontmoette werd al snel duidelijk dat ik haar nooit live zou zien optreden. Geen nood, we bekeken oude banden en we bezochten stukken van Couperus in de Haagse schouwburgen. Ademloos keek ik, maar niet naar de acteurs en actrices. Nee, ademloos keek ik naar tante Heleen die naast me zat, intens genoot en alle teksten mee prevelde.
Toch had ik geluk. Nog datzelfde jaar vroeg Eric Schneider haar voor de rol van Nini in 'Gloed' naar het boek van Sándor Márai. Op 86-jarige leeftijd keerde tante terug op de planken met Dries Smits en Eric Schneider als haar medespelers. En ik.., ik was op première. Ik was ontroerd en vertederd, had alleen maar oog voor die frêle gestalte op het toneel. Een paar dagen later heb ik het boek gekocht en gelezen om te weten waar het verhaal over ging. Want ik kon en mocht geen onzinnige antwoorden geven op de vragen die zouden komen.
Tante Heleen genoot van haar tournee, de goede kritieken, de egards waarmee ze behandeld werd. 'Kindje, ik weet niet waar ik nu weer ben, maar het is hier geweldig', zei ze als ze belde. Haar speelschema lag naast mijn telefoon en ongemerkt bracht ik in haar herinnering dat ze in Leeuwarden, in Maastricht of waar dan ook was.
Vlak voor het einde van het seizoen werd ze ziek. Maar als een echte actrice bleef ze in haar rol. Na de laatste speeldag fantaseerde ze zelfs over een nieuw stuk.
Tante knapte op, we ontmoetten elkaar nog diverse malen. Langzaam maar zeker liet haar geheugen, haar ijzersterkte geheugen, haar in de steek. Iedereen in haar omgeving deed alsof hij of zij verbaasd was toen ze dat zelf ontdekte. Toch had ze tot een paar dagen voor haar dood nog altijd heldere momenten.
Vele rollen speelde Heleen Pimentel, op het toneel maar ook daarbuiten. Hoofdrollen, bijrollen. Haar rol als vrouw, als moeder, als gastvrouw, als zus, als tante, als nichtje, als vriendin. Tijdens haar afscheidsdienst, tijdens haar geliefde muziek, mijmerde ik er over welke rol ze voor mij speelde.
Ik hoefde niet lang na te denken: Van oude mensen die nooit voorbij gaan, mijn tante Heleen.
Reacties
Monica
Hoi Adriënne,
Allereerst gecondoleerd met jouw tante. Ik heb vol verbazing bovenstaand verhaal gelezen, dit op zich is al een mooi stuk roman. Dit heb je in jouw bloed zitten, je schrijft heel boeiend, vandaar dat je uiteraard meerdere boeken hebt geschreven, de complimenten van mij!
Groet, Monica
12 augustus 2008