Get Adobe Flash player

Duel

Duaal, duet, duo, dualisme, duel. Sanne laat de woorden door haar mond rollen. Allemaal hebben ze iets met twee te maken. Een aantal ervan hebben een negatieve bijsmaak. Dualisme bijvoorbeeld. Tweeslachtigheid bekent het en vaak komt daar niets goeds uit voort. Mensen die er aan lijden zijn altijd aan het dubben. Het woord begint niet voor niets met een d en een u.

En dan duel. Ze heeft nog nooit gehoord dat iemand daar een positieve gedachte bij krijgt, het impliceert immers een winnaar maar ook een verliezer. Ooit was dat misschien leuk, in de middeleeuwen of nog eerder, toen er geen TV, geen radio en allerlei andere manieren waren om je vrije tijd door te brengen. Een duel was toen nog een volksvermaak.

Bij haar ouders op het toilet hangt een tegeltje met een Franse tekst er op. Als kind had ze daar altijd al ademloos naar gekeken. Die woorden vertegenwoordigden verre oorden waar ze toen nog maar alleen van droomde. Frans is nooit haar sterkste zijde geworden maar in haar pubertijd had ze de spreuk toch enigszins kunnen ontcijferen. De maker ervan vroeg zich af of het huwelijk een duo of een duel was. Of het huwelijk van haar vader en moeder in de eerste of tweede categorie viel, daar was Sanne nooit achter kunnen komen. Meestal leek het op het eerste, een duo.

Hoe was het dan toch mogelijk dat haar relaties altijd eindigden in een duel? Compleet met winnaar en verliezer. En dat laatste was meestal voor haar weggelegd. Hoe vaak had ze al niet al haar spullen bij elkaar moeten pakken en met hangende pootjes terug naar het ouderlijk huis tot ze weer woonruimte gevonden had. Om vervolgens na verloop van tijd weer vol goede moed bij iemand in te trekken.

Dit keer was het weliswaar anders, dit keer was het haar appartement, maar weer was haar relatie op een wel erg kritiek punt aangekomen. Het leek wel of Kirsten en zij niet normaal meer met elkaar konden praten. Elk gesprek, hoe rustig het ook begon, mondde uit in een hoogoplopende ruzie.

Sanne is blij dat Kirsten voor een paar dagen naar de Ardennen is voor een of andere teambuilding. “Misschien,” zegt ze zachtjes tegen zichzelf, “misschien leert Kirsten nog iets dat in ons eigen kleine team van pas komt.”

Na anderhalve dag is er zoveel rust en ruimte in Sanne’s hoofd dat het haar zelfs lukt weer eens een boek ter hand te nemen. Omdat Kirsten al snel weer thuis komt, besluit ze niet aan een dikke pil te beginnen. Ze bekijkt het stapeltje ongelezen boeken en deinst bijna terug als ze er het boekenweekgeschenk van het afgelopen jaar tussen ziet liggen. ‘Duel’, van Joost Zwagerman. Duel, het kan geen toeval zijn. Ze herinnert zich het moment dat oma bij haar op bezoek was en het boekje trots uit haar tas had gehaald.

“Voor jou. Heb speciaal gewacht met de aanschaf van wat boeken tot de boekenweek. Ik heb het niet gelezen maar opa en ik hebben het wel gebruikt om een dag gratis met de trein te gaan. Hij had er ook een, voor je neef.” Sanne wist nog dat ze erg vertederd was geweest en een glimlach niet had kunnen onderdrukken. Oma en opa, ook al zo’n duo. Tja, aan haar genen ligt het dus niet.

Sanne trekt het boekje uit de stapel en is al snel in het verhaal verdiept. Het boeit haar. Een museumdirecteur die twintig jonge kunstenaars vraagt een hedendaags kunstwerk te creëren dat geïnspireerd is op een oude meester. Zowel de twintig oude meesters als de twintig nieuwe werken vormen samen de tentoonstelling ‘Duel’.

Wat prachtig, denkt Sanne. Een duel te zien als een manier om vanuit iets ouds iets nieuws te maken. Oh, als Kirsten en ik….. Nee, dat gaat ons niet lukken.

Het schilderij, Untiteld no. 18 uit 1962 van Mark Rothko, staat centraal in het verhaal. Sanne leest de lyrische uitlatingen van restaurateur Olde Hussink over het kleurgebruik van de schilder. Moet toch eens een echte Rothko gaan zien, denkt ze.

Sanne schrikt als het schilderij gestolen blijkt te zijn. Als ze aangekomen is bij de passage waarop de museumdirecteur er achter komt waar het schilderij zich bevindt schrikt ze weer. Dit keer van de telefoon.

“Sanne Bieleveld,” meldt ze zich.

“Hai lieffie.”

Sanne herkent de stem uit duizenden.

“Mis je me?” vraagt Kirsten.

“Eerlijk gezegd niet,” antwoordt Sanne spontaan.

Die zin is de aanleiding voor de eerste telefonische ruzie tussen Kirsten en haar. Als Sanne na tien minuten oplegt, duizelt haar hoofd en lopen de tranen over haar wangen. Ze zoekt een zakdoek, snuit haar neus, kijkt met een schuin oog naar de klok en grist dan resoluut haar autosleutels van tafel. Sanne gaat het winkelcentrum in, koopt bij een supermarkt de ingrediënten voor een eenvoudige maaltijd. Daarna dwaalt ze wat rond, gaat winkel in, winkel uit. Ze is stomverbaasd als ze bij Bruna een boek van Rothko ziet liggen. Alsof het zo moest zijn, tot vanmiddag had ze nooit van de schilder gehoord. Ze pakt het boek op en loopt er, zonder het in te zien, mee naar de balie om het af te rekenen.

“Heb u een bon?” vraagt het meisje achter de kassa nonchalant.

Heeft u, wil Sanne haar verbeteren. Ze doet het niet.

“Een bon?” vraagt ze.

“Ja, je mot een bon van de krant hebben, ik weet niet welke. Wacht maar even, ik vraag het even tegen de baas.”

Voor de tweede keer moet Sanne de neiging haar te verbeteren onderdrukken.

“Volkskrant,” is het enige wat de caissière zegt als ze terugkomt.

“Nee, die heb ik niet. Betekent dat dan dat ik dit boek niet kan kopen?”

‘Oh ja wel hoor. Het kost alleen vier euro duurder. En daarvan had je toch ook andere leuke dingen kennen doen.”

Sanne begint te wennen aan haar taalgebruik. Ze haalt een tientje uit haar portemonnee en steekt die het meisje toe. Onverschillig wordt het biljet aangenomen, het boek ingescand en in een plastic tasje gedaan.

“Prettige avond nog,” hoort Sanne nog terwijl ze de winkel uitloopt.

Thuisgekomen slaat ze het boek open en gaat ze naarstig op zoek Untiteld no. 18. Ze vindt het niet. Straks maar even googelen, denkt Sanne voor ze zich weer door het verhaal mee laat slepen. Ze is ontzet als het schilderij vreselijk beschadigd raakt. Het lijkt net of het verhaal op al haar relaties gaat lijken. Een mooi begin, liefde van twee kanten, goeie afspraken. Tot haar lief van het moment meent dat ze zich er niet meer aan hoeft te houden. Vervolgens zoveel mogelijk begrip opbrengen, dan de ruzies en tenslotte de onherstelbare beschadiging. Ze voelt bijna letterlijk het verdriet van Olde Hussink bij het zien van het beschadigde doek. Voor de tweede keer die dag lopen de tranen over haar wangen. Sanne negeert ze, leest verder tot ze met een zucht het boek dichtslaat. Uit.

Na het eten start Sanne Google op en tikt ze Mark Rothko in. Als ze naar afbeeldingen zoekt krijgt ze een zee aan kleuren te zien. De Untiteld no. 18 blijkt niet te bestaan. Untiteld 18 wel, maar die is niet uit 1962 maar uit 1963. Het kan haar niet schelen. Dichterlijke vrijheid van de schrijver. Ze slaat een paar afbeeldingen op en besluit uit te zoeken welke Nederlandse musea werk van de schilder hebben. Ze moet er heen, morgen zelfs.

Als Sanne de volgende dag in Boijmans van Beuningen voor Grey and orange on maroon, no. 8 staat, het enige schilderij van Rothko in Nederland, denkt ze aan Olde Hussink. Als een restaurateur bereidt is jaren van zijn leven te geven om een schilderij te herstellen, waarom zou zij het dan na twee jaar ruzies al opgeven? Voortaan wil ze een duel zien als een mogelijkheid om iets ouds om te buigen naar iets nieuws. Iets constructiefs, zonder verliezers, alleen maar winnaars.

Ze pakt haar telefoon, wil ineens Kirsten horen, ze mist haar. Ze aarzelt, toetst dan een heel ander nummer in.

“Dag oma, met Sanne. Nog bedankt voor dat prachtige boek dat u laatst voor me hebt meegenomen.”