Een lesje voor een docent

Je weet het zelf het beste zegt iedereen als je ze om raad vraagt. Maar is dat ook zo? Mijn lijf ja, maar ik? Al maanden loop ik tegen een achterstand van de zomervakantie aan. Het juiste zomerweer om te herstellen van een schooljaar hard werken liet op zich wachten. Gevolg, mijn gezondheid liet me in de steek. Een last-minute Italië maakte iets goed maar niet alles. Acht dagen was te kort om de opgebouwde vermoeidheid weg te werken. Twee geboortes, onze kleinzoon in februari en een nieuw boek in april slorpten naast mijn toch al drukke bestaan alle energie op. Een tijdelijke uitbreiding van mijn docentschap deed daar nog een schepje bovenop.

“De herfstvakantie,” fluisterde ik steeds tegen mezelf, “in de herfstvakantie haal ik het in, ga ik opladen, boeken lezen, uitslapen, uit eten, naar een museum. Niemand om me heen, alleen mijn lief. De hersens legen, energie opdoen.”

Het is niet dat ik niet probeerde nu en dan iets af te wimpelen. Maar ik heb er al een hekel aan iets af te zeggen omdat ik ziek ben, laat staan omdat ik ‘alleen maar’ moe ben. Ik liet links en rechts heus wel horen hoe moe ik was. Maar wie gelooft je als je gewoon door gaat? Wie neemt je serieus als je dat jezelf niet doet?

Dinsdagmiddag werd me een halt toegeroepen. Door een beest. Een beest dat zorgt dat je niet meer voor of achteruit kunt, je wel de rust moet nemen die je zo nodig hebt. Laten we het beestje Slijmpie noemen. Het had er nu en dan wel iets van weg.

Het begon met een raar gevoel. Een signaal dat je ook wel krijgt als je te lang niets gegeten hebt. Van dat laatste was echter geen sprake. Ik had nog maar net een met zorg bereide tosti op. Nog geen half uur later veranderde het gevoel. Van hongergevoel naar een ‘o jee, ik heb teveel gegeten’-gevoel. Toch was het echt maar één tosti.

Anderhalf uur later voelde ik helemaal niets meer, bevond ik mij in een donkere slaapkamer, emmer naast mijn bed, koud washandje op mijn voorhoofd. Ik merkte er niets van dat de emmer elke keer weer werd geleegd, het washandje ververst. “Je moet echt proberen te drinken lieverd”, gleed volkomen langs me heen. Vierentwintig uur lang was ik in koortsdromenland. Af en toe net lang genoeg bij zinnen om mijn afspraken af te zeggen. Daarna rillend van de kou terug in bed. Slijmpie bleef me de baas, er was niets tegen te beginnen. Vluchten kon niet meer, vechten had geen zin.

Inmiddels zijn we weer vierentwintig uur verder en ben ik met Slijmpie in onderhandeling. “Als ik nou beloof dat ik vandaag echt niks doe, beloof jij dan dat het bezoek aan badkamer en toilet zal verminderen?” Slijmpie knikt. Een uurtje gaat het goed. Op het moment dat ik mijn computer aanzet, protesteert hij. Ik ren naar het toilet. “Nee Slijmpie echt, ik ga alleen maar leuke dingen doen!” Ik zet de computer onverrichter zake uit, laat het bad vollopen en wentel me om en om in naar dennenolie geurend water. Voorzichtig pak ik een boek dat ik op de rand gelegd had. Slijmpie knikt, het is akkoord. Anderhalf uur lees ik, vul water bij en sta uiteindelijk fris en in schone kleren beneden. Kopje thee? Het mag. Beschuitje? Ook goed. Mijn geliefde kruiswoordpuzzel? Vooruit dan maar. Als ik iets na tweeën moe word en de slaapkamer in kom merk ik dat het stinkt alsof hier iemand twee dagen doodziek heeft liggen zijn. Ik doe resoluut de gordijnen en het raam open, zonlicht moet er binnen komen en wel nu. Ik ruk de lakens van het bed, stop ze met heel veel handdoeken, ondergoed en t-shirts in de wasmachine. Het zweet druipt van mijn voorhoofd. Slijmpie lacht.

Nu het bed niet kan sleep ik een tuinstoel naar buiten en zak anderhalf uur weg in een diepe slaap. Warempel, de thee en het beschuitje hebben me goed gedaan. Een kop koffie zou me nog beter doen. Zodra ik mijn hand uitsteek naar de koffiebus laat Slijmpie me voelen wie hier de baas is. Geen koffie dus, een kopje slappe thee en een tweede beschuitje. Ik mopper maar doe wat me gevraagd wordt. Even ben ik de leerling en hij de docent.

Ik heb het idee dat dit beestje me de eerstkomende dagen nog niet echt met rust zal laten. Hij moet even geslapen hebben terwijl ik dit verhaaltje schreef. Maar hij is onverbiddelijk, ik moet rennen………