(Af)Maccen

Een van de laatste mooie dagen dit jaar had het KMNI voorspeld. Een dag om er op uit te gaan, naar bos, strand of anderszins. Zo niet voor ons. Mijn lief heeft nog altijd veel pijn en is ziek, zwak en misselijk van de op voorhand uitgeschreven antibiotica. Lopen, fietsen, het is haar allemaal te veel. Het enige alternatief is een middag in eigen tuin. Voor wie die kent, zeker geen straf. Zacht ruisen de blaadjes van de bomen, de fontein klatert, de windhanger laat een lieflijk geluidje horen, van ergens ver weg komen stemmen. Zij een boek, ik achter mijn laptop, koffie binnen handbereik. Precies zoals een zomerse zondagmiddag moet zijn. Het liep al tegen zevenen voor we er toe kwamen deze idylle voor de alledaagse werkelijkheid te verruilen. De maag knorde, althans de mijne. Antibiotica doet, zoals je misschien weet, afbreuk aan de eetlust, mijn lief had niet echt trek. Wat ik ook voorstelde, ze werd niet enthousiast. ‘Op een dag als vandaag zou je gewoon naar de Mac moeten gaan’, liet ze zich ontvallen. ‘Juist nu, nu ik toch niet echt proef wat ik eet.’ Mijn argument, te druk bij dit weer, wenste ze niet te horen.

Zo togen wij richting McDonald. De krappe tien kilometer door de stad kostte ons het dubbele van de gebruikelijke tijd, half Nederland kwam thuis van een dag buiten. Logistiek inzicht was niet Mac’s beste kant bij de aanleg van het restaurant in onze stad. Het parkeerterrein, de aanrijroute, de McDrive, allemaal te krap bemeten voor een stad met 150.000 inwoners én in een jonge kinderrijke wijk. Tussen aankomst en het bemachtigen van een parkeerplaats lag ruim elf minuten. Opgeteld bij de reis door de stad had er thuis al lang een kop verse groentesoep op tafel gestaan. En dat was nog maar het begin.

Eenmaal binnen was de hitte niet te verdragen. Geen tafeltje onbezet, lange rijen voor iedere kassa. Mijn lief, wetende dat ik hier echt niet gelukkig van wordt, sommeerde me naar buiten te gaan, daar een tafeltje voor ons te zoeken. Makkelijker gezegd dan gezegd, ook buiten overvol. Ik mocht aanschuiven bij een dame op leeftijd die met een kleine jongen, ongetwijfeld haar kleinzoon, genoot van een Sunday-ijsje. Het waren de twee meest stille bezoekers zodat ik alle gelegenheid kreeg de plaats des onheils in mij op te nemen. Ondanks dat ik hier al geruime tijd woon had ik er nog nooit een voet gezet.

Evenals zijn ideeën over logistiek deelt meneer Mac de invulling van een gezellig terras niet met mij. Smalle, krap bemeten plaatsen tussen heel veel blik. De meeste ruimte was gereserveerd voor een klimrek in bonte kleuren en een fontein die zijn water in de vorm van de alom bekende M uitspoot. Nu en dan wierp ik een blik naar binnen, zag dat mijn lief hoegenaamd niets dichter bij de counter kwam. Toch kwamen er voortdurend mensen met volle dienbladen, vechtend met de klapdeuren, naar buiten. Om mij heen werd gemopperd over de drukte, de lange wachttijd, de smerige tafeltjes en de vriendelijkheid van het personeel.

Omgekeerd zou ik, als ik meneer Mac was geweest ook heel wat te mopperen gehad hebben over de gasten. Slecht gekleed, zoals te verwachten is van met name de gemiddelde Nederlandse man, zodra de temperatuur boven de twintig graden komt. Veel te korte broeken, veel onverzorgde harige benen, veel foute witte sokken in nog foutere sandalen. Om over de vrouwen maar te zwijgen. Wat te denken van een vrouw van formaat, minimaal cup F, met het volgende opschrift op haar T-shirt: “Ik heb er de kracht niet meer voor”. Made by Gordon! Ik moest me inhouden niet op te staan om haar te ondersteunen. En dan de talloze vrouwen met veel te strakke spijkerbroeken, hun voeten in onmogelijke hooggehakte zomerschoentjes. Of brede onflatteuze gympen onder een geraffineerd rokje. Als ik meneer Mac was, zou ik daar paal en perk aan stellen. Hoewel, als je eten zonder bestek als je hoogste goed hebt, kun je je voor de rest niet veel scrupules veroorloven.

Na ruim drie kwartier (thuis had ik al lang een heerlijke pastaschotel met verse ingrediënten bereid) kwam mijn lief naar buiten. Bezweet, maar met de door haar zo vurig gewenste hamburger en milkshake, voor mij een salade en een flesje water. Oma en kleinzoon waren al lang verleden tijd, dus met de luxe van een tafel voor jezelf aten wij genoeglijk samen. Dat een gesprek bijna onmogelijk werd door het geluid van schreeuwende kinderen en het alarm van een auto waarvan de eigenaar maar niet op kwam dagen, mocht de pret niet drukken.

Juist toen we overwogen naar huis te gaan, kwamen ongevraagd twee dames aan ons tafeltje zitten. Hoogblond, zonnebankbruin, goed gekleed, twee mobieltjes en de sleutel van een Jaguar nonchalant op tafel leggend. Dat beloofde wat. Mijn lief begreep me meteen, haalde koffie. Het maakte de avond enigszins goed. Zonder schaamte namen de dames, die in ‘Gooise vrouwen’, zeker op hun plaats waren geweest, hun avonturen van de afgelopen nacht door. Zeer interessant, heel leerzaam.

Pas toen het gênant werd nog langer te blijven zitten, worstelden we ons door dezelfde logistieke problemen als op de heenreis. Eenmaal thuis bleek dat meneer Mac ons ruim tweeëneenhalf uur en twintig euro had weten te ontfutselen. Lekker was het niet dacht ik, terwijl ik de koelkast openrukte. En genoeg ook niet, anders zou ik niet watertanden bij het idee een bruine boterham met kaas te gaan maken. Ik wil niet eens meer bedenken wat ik in die tijd en voor dat geld zelf aan heerlijks had kunnen maken. Of voor hoeveel dagen ik bij de Chinees om de hoek in tien minuten iets had kunnen halen. Een ding is zeker, het kan best zo zijn dat ruim 3,5 miljoen mensen per week de weg naar de Nederlandse McDonald's restaurants weten te vinden, wij zijn die weg liever kwijt. En het werkwoord afmaccen hebben wij uit onze persoonlijke Van Dale geschrapt.

Reacties

Natalie

 

Erg leuk geschreven! Compliment, leuk om te lezen !

 

Barbara

 

Hahaha ik moet echt enorm lachen om dit verhaal! Ik werk namelijk zelf bij de Mac! gelukkig is het bij ons iets anders! Wij hebben een enorm groot restaurant, zodat het maar weinig voor komt dat je bij ons geen plek kan vinden! Ook het personeel is over het algemeen vriendelijk! Behalve als ik met mijn chagrijnige buien mijn collega's expres probeer aan te steken om ook chagrijnig te worden! ( heb het er niet meer zo naar mijn zin. Het terras is inderdaad ook bij ons ongezellig! Maar ja, is niet onze schuld gelukkig. Ik vind het eten daar wel lekker! Al blijft er niet veel over als je vegetariër bent. Al met al ben ik wel blij met ons restaurant..... Ik heb leuke collega's, we hebben 1 van de mooiste restaurants van Nederland (jaja echt)en in die 3 jaar heb ik geduld weten op de bouwen en heb ik gelijk een basis voor een eventuele opleiding psychologie! Hhaha want wat je daar soms mee maakt! Al met al ben ik toch een beetje trots op onze Mc Donalds in Hazeldonk! We zijn een sterk team die keer op keer de enorme menigte weet weg te werken met een glimlach!